Zeef 0 in gewone taal
Er wordt onderzoek gedaan naar de Nedersaksenlijn. Dit is de spoorverbinding tussen Groningen, Veendam, Stadskanaal, Westerwolde, Emmen, Hardenberg en Twente/Zwolle. We weten nog niet precies waar de spoorlijn komt te liggen, waar stations komen en hoe vaak de treinen gaan rijden. Dat wordt de komende jaren onderzocht.
In de eerste stap van het onderzoek zijn veel verschillende ideeën en mogelijke oplossingen bekeken. Deze stap noemen we zeef 0. De resultaten daarvan staan in de rapportage Zeef 0 (pdf, 6.6 MB). Zeef 0 is geen keuze voor één route. Het is een eerste selectie uit honderden voorstellen: welke ideeën onderzoeken we verder en welke niet?
Waarom wordt aan de Nedersaksenlijn gewerkt?
Het gebied waar de Nedersaksenlijn doorheen loopt, heeft verschillende uitdagingen. Werk, onderwijs en zorg zijn bijvoorbeeld niet voor iedereen goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Voor sommige opleidingen en banen zijn de reistijden lang. Ook vertrekken jongeren uit het gebied voor een opleiding of werk.
Spoor en openbaar vervoer kunnen helpen om steden en dorpen beter met elkaar te verbinden. De Nedersaksenlijn gaat daarom niet alleen over spoor en treinen. Er wordt ook gekeken naar de ontwikkeling van het gebied rond de mogelijke spoorlijn. Denk bijvoorbeeld aan wonen, werken, onderwijs en bereikbaarheid.
Wat willen we bereiken?
Met de Nedersaksenlijn willen Rijk en regio kijken of het openbaar vervoer in Noord- en Oost-Nederland beter kan. De belangrijkste doelen zijn:
- plaatsen tussen Groningen, Emmen, Hardenberg en Twente/Zwolle beter met het openbaar vervoer verbinden
- reistijden met het openbaar vervoer korter maken
- ervoor zorgen dat mensen minder afhankelijk zijn van de auto
- bestaande en nieuwe stations goed laten aansluiten op hun omgeving
- woningen, scholen en werklocaties beter bereikbaar maken
- bijdragen aan betere verbindingen met Duitsland, door goede overstapmogelijkheden op treinen naar Duitsland.
Naast het onderzoek naar het spoor loopt daarom ook een apart onderzoek naar gebiedsontwikkeling. Daarin wordt onder andere gekeken naar woningbouw en werkplekken rond stations. De twee onderzoeken trekken samen op.
Wat is zeef 0?
Aan het begin van de verkenning waren er veel ideeën voor de Nedersaksenlijn. Die kwamen van gemeenten, provincies, waterschappen en andere organisaties. Ook inwoners, ondernemers en belangenorganisaties konden begin 2026 ideeën, wensen en aandachtspunten meegeven. Al deze informatie is verzameld. Daarna is bekeken welke ideeën verder onderzocht kunnen worden. Dat gebeurt in verschillende stappen. De eerste stap heet ‘zeef 0’. Daarna volgen zeef 1 en zeef 2. Uiteindelijk moet uit het onderzoek één voorkeursoplossing komen. De stap die nu net is afgerond is ‘zeef 0’.
Hoe zijn de ideeën beoordeeld?
In zeef 0 zijn vier vragen gesteld om de juiste keuzes te kunnen maken. Dat zijn:
- Past het idee binnen dit onderzoek?
De Nedersaksenlijn gaat over de spoorverbinding tussen Groningen, Veendam, Stadskanaal, Westerwolde, Emmen, Hardenberg en Twente/Zwolle. - Helpt het idee om de doelen te bereiken?
Een oplossing moet bijvoorbeeld helpen om plaatsen beter bereikbaar te maken of reistijden te verkorten. - Is het idee haalbaar?
Er is gekeken of een oplossing technisch en juridisch rond 2040 mogelijk kan zijn. - Is het financieel haalbaar?
Er is gekeken of een oplossing past bij het beschikbare budget. Voor het project is een budget van 2 miljard euro beschikbaar.
Welke voorstellen vallen af?
Door deze vragen te beantwoorden valt een aantal voorstellen en ideeën af. Deze worden niet verder onderzocht.
- Zo vallen routes naar bijvoorbeeld Eemshaven, Delfzijl, Zuidlaren, Assen en Meppel buiten het gebied dat in deze verkenning wordt onderzocht. Dat geldt ook voor routes naar Duitse plaatsen als Leer, Meppen, Nordhorn en Emlichheim. Ook voorstellen voor nieuwe stations in deze gebieden vallen daarom af.
- Ook voorstellen die vooral over ander vervoer gaan, vallen af. Een voorbeeld is het versterken van buslijnen als alternatief voor de nieuwe spoorlijn. In deze verkenning wordt onderzoek gedaan naar een treinverbinding. Bij de ontwikkeling van het gebied blijft er wel aandacht voor de aansluiting van die trein op ander openbaar vervoer.
- Andere voorstellen vallen af omdat ze onvoldoende bijdragen aan de doelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het voorstel om geen Nedersaksenlijn aan te leggen tussen Veendam en Stadskanaal en daar alleen de bestaande S.T.A.R.-trein te behouden. Ook het voorstel om nu al af te spreken dat er ’s nachts geen of minder treinen mogen rijden, gaat niet door naar de volgende stap. Dit soort maatregelen kunnen later eventueel wel opnieuw in beeld komen om gevolgen voor de omgeving te beperken.
- Ook de Hyperloop wordt niet verder onderzocht. Het voorstel om bij Veendam rekening te houden met een Hyperloop kan volgens het onderzoek niet binnen de planning tot 2040 worden uitgevoerd.
- Tot slot vallen enkele erg dure oplossingen af. Voorbeelden daarvan zijn lange ondergrondse of verdiepte delen van het spoor, de hele spoorlijn geschikt maken voor snelheden boven 160 kilometer per uur én volledig dubbelspoor aanleggen. Ook een volledig apart spoor voor intercity's wordt niet verder onderzocht.
Let op: dubbelspoor zelf valt niet af. In de volgende fase wordt juist onderzocht op welke delen van de route dubbelspoor mogelijk en nuttig is.
Wat wordt wél verder onderzocht?
Na zeef 0 blijven verschillende mogelijke routes tussen Veendam, Stadskanaal, Ter Apel en Emmen over. Ook zijn er verschillende mogelijkheden voor het spoor ten noorden van Veendam. Deze routes en varianten worden in de volgende stap verder onderzocht.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de ligging van het spoor en de stations. Er wordt bijvoorbeeld ook onderzoek gedaan naar:
- elektrisch rijden;
- verschillende mogelijke dienstregelingen;
- mogelijkheden om het spoor later verder uit te breiden;
- gebruik van het spoor voor goederenvervoer of militair vervoer;
- dubbelspoor op delen van de route;
Wat gebeurt er nu?
De volgende stap heet zeef 1. Experts onderzoeken de overgebleven mogelijkheden dan uitgebreider. Dat doen zij in overleg met onder andere gemeenten, provincies en inwoners. Daaruit komt een kleiner aantal kansrijke oplossingen. Deze komen in de Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO). Daarna wordt verder onderzocht wat de plannen kosten, wat ze opleveren en welke gevolgen ze hebben voor de omgeving en het milieu. Uiteindelijk werken Rijk en regio toe naar één voorkeursoplossing. De definitieve voorkeursbeslissing wordt volgens de huidige planning eind 2028 verwacht. Dan wordt duidelijk of en hoe de Nedersaksenlijn wordt aangelegd.
Wanneer kunnen inwoners weer meedenken?
In de zomer van 2027 worden de eerste nieuwe conceptdocumenten verwacht. Daarin staan de oplossingen die dan nog kansrijk zijn. Inwoners en andere betrokkenen krijgen zes weken de tijd om daarop officieel te reageren. Van tevoren laten we via onze eigen kanalen, maar ook via de gemeenten en de provincies, weten wanneer u deze plannen kunt bekijken en wanneer u daarop kunt reageren.
Ook in 2028 komt er opnieuw een moment voor inspraak, als het concept voor de voorkeursoplossing klaar is.
Uw reacties en uw meedenken zijn niet alleen welkom op deze officiële momenten. Ook tussendoor wordt u en worden inwoners, ondernemers en belangenorganisaties geïnformeerd en betrokken, bijvoorbeeld via bijeenkomsten en publicaties. Op dit moment zoeken wij mensen die graag in een klankbordgroep met ons mee willen kijken. In de nieuwsbrief van oktober leest u daar meer over.
Vragen?
Heeft u na het lezen van dit bericht vragen voor ons? Dan kunt u die het meest makkelijk aan ons stellen via het e-mailadres info@denedersaksenlijn.nl.
